Nationale Beroepscode

De ‘Nationale Beroepscode van verpleegkundigen en verzorgenden’ is een document met beroepsethische uitgangspunten en is gepubliceerd in januari 2015. De Beroepscode vormt een leidraad voor het handelen van verpleegkundigen en verzorgenden. Het geeft hun aanknopingspunten om te bepalen hoe zij zich in de beroepsuitoefening als professional dienen te gedragen. Ook biedt het handvatten om in complexe situaties een weloverwogen afweging te maken over wat goede zorg in die situatie vraagt.

De Beroepscode geeft de waarden en normen van de beroepsgroep weer, maar beschrijft niet in detail hoe wijkverpleegkundigen moeten handelen. Zij dienen altijd zelf na te denken over de betekenis van de artikelen uit de beroepscode voor specifieke situaties en kunnen een vertaalslag maken naar de eigen situatie. Daarnaast maakt de Beroepscode aan zorgvragers en hun naasten, mantelzorgers, andere zorgverleners, zorgaanbieders en de samenleving als geheel duidelijk wat zij van wijkverpleegkundigen mogen verwachten.

Wet- en regelgeving

De Beroepscode is gemaakt tegen de achtergrond van relevante (gezondheidszorg)wetgeving, zoals de Nederlandse Grondwet, de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG), de overeenkomst inzake geneeskundige behandeling (BW Boek 7, titel 7, afdeling 5: WGBO), de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, de Wet zorg en dwang, de Kwaliteitswet zorginstellingen en de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). De wijkverpleegkundige dient op de hoogte te zijn van de voor haar relevante onderdelen van de wetgeving.

Tuchtrecht

Als BIG-geregistreerde verpleegkundige valt de wijkverpleegkundige onder het tuchtrecht. Bij een klacht kijkt het tuchtcollege wat de Beroepscode zegt om te bepalen wat volgens de beroepsgroep de norm is voor het handelen en gedrag van wijkverpleegkundigen. De Beroepscode speelt een belangrijke rol bij het oordeel van het tuchtcollege over de klacht.

De ‘Nationale Beroepscode van verpleegkundigen en verzorgenden’ is hier te downloaden.