Algemeen 2018-06-05T13:30:27+00:00

Andere kaders

Algemeen | Specifiek wijk

Professionele standaard V&VN

De ‘professionele standaard, een uitwerking’ is net als de Nationale Beroepscode in januari 2015 door V&VN gepubliceerd en geeft weer wat de beroepsgroep onder kwalitatief goede en verantwoorde zorg verstaat.

De professionele standaard bevat normen die invulling geven aan ‘verpleegkundig hulpverlenerschap’. Naast vakinhoudelijke regels betreft dat ook protocollen en richtlijnen, gedragsregels, algemene zorgvuldigheidsvereisten en de normen uit wet- en regelgeving en rechtspraak. Het gaat daarbij om de algemeen aanvaarde uitgangspunten van de zorgverlening.

Dit maakt de professionele standaard tot een soort ‘paraplu-document’  binnen de paraplu van het professionele handelingskader. Het is daarmee tevens een belangrijk document voor wijkverpleegkundigen omdat het inzichtelijk maakt tot welke normen zij zich te verhouden hebben. De professionele standaard maakt daarbij een onderscheid in vakinhoudelijke normen, juridische normen en mengvormen.

De professionele standaard is niet vrijblijvend.

De wet op de geneeskundige Behandelovereenkomst verwijst naar de professionele standaard. Dit betekent dat wijkverpleegkundigen de professionele standaard moeten kennen énin staat moeten zijn hiernaar te handelen. Tevens is het een hulpmiddel om het handelen van de wijkverpleegkundige te kunnen verantwoorden en beoordelen.

‘Professionele standaard’ als paraplu

De professionele standaard hangt samen met de beroepscode en de beroepsprofielen. In de professionele standaard staat daarover op pagina 3 het volgende:

De Beroepscode van Verpleegkundigen en Verzorgenden en de Beroepsprofielen vormen in feite de basis voor de professionele standaard en zijn daarmee dus heel belangrijk. De Beroepscode beschrijft de uitgangswaarden voor het handelen van verpleegkundigen en verzorgenden, zoals respect, vertrouwelijkheid, eerlijkheid, weldoen, geen schade toebrengen, autonomie en rechtvaardigheid. De Beroepsprofielen beschrijven het domein waarbinnen verpleegkundigen en verzorgenden werken, de taakgebieden en de competenties waarover een verpleegkundige of verzorgende moet beschikken om het beroep kwalitatief goed en verantwoord uit te oefenen.

Beide basisdocumenten zijn dan ook opgenomen als bouwstenen van het professionele handelingskader.

Een wijkverpleegkundige hoeft niet op de hoogte te zijn van alles wat onder de professionele standaard valt, maar wel van de richtlijnen, handreikingen, wetten etc. die in de dagelijkse praktijk van toepassing zijn op haar handelen en gedrag. Ook moet zij deze weten te vinden en te gebruiken. Binnen het professionele handelingskader heeft het NWG deze voor de wijkverpleging samengebracht en inzichtelijk gemaakt. Waarbij specifiek voor de wijkverpleegkundige geldt dat zij in staat moet zijn om verbinding aan te brengen met het bovenliggende visiedocument Wijkverpleging in Context.

De ‘Professionele standaard, een uitwerking’ van V&VN vind je hier.

Nationale Beroepscode V&VN

De Nationale Beroepscode van verpleegkundigen en verzorgenden’ is een document met beroepsethische uitgangspunten en is gepubliceerd in januari 2015.

De Beroepscode vormt een leidraad voor het handelen van verpleegkundigen en verzorgenden. Het  geeft hen aanknopingspunten om te bepalen hoe zij zich in de beroepsuitoefening als professional dienen te gedragen. Tevens biedt het handvatten om in complexe situaties een weloverwogen afweging te maken over wat goede zorg in die situatie vraagt.

De Beroepscode geeft de waarden en normen van de beroepsgroep weer, maar beschrijft niet in detail hoe wijkverpleegkundigen moeten handelen. Zij dienen altijd zelf na te denken over de betekenis van de artikelen uit de beroepscode voor specifieke situaties en kunnen een vertaalslag maken naar de eigen situatie.

Daarnaast maakt de Beroepscode aan zorgvragers en hun naasten, mantelzorgers, andere zorgverleners, zorgaanbieders en de samenleving als geheel duidelijk wat zij van wijkverpleegkundigen mogen verwachten.

Relatie van de Beroepscode tot wet- en regelgeving

De Beroepscode is gemaakt tegen de achtergrond van relevante (gezondheidszorg)wetgeving, zoals de Nederlandse Grondwet, de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG), de overeenkomst inzake geneeskundige behandeling (BW Boek 7, titel 7 afdeling 5: WGBO),de Wet Verplichte geestelijke gezondheidszorg, de Wet Zorg en dwang, de Kwaliteitswet zorginstellingen, de Wet Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) .

De wijkverpleegkundige dient op de hoogte te zijn van de voor haar relevante onderdelen van de wetgeving.

Relatie Beroepscode tot tuchtrecht

Als BIG-geregistreerde verpleegkundige valt de wijkverpleegkundige onder het tuchtrecht. Bij een klacht kijkt het tuchtcollege wat de Beroepscode zegt om te bepalen wat volgens de beroepsgroep de norm is voor het handelen en gedrag van wijkverpleegkundigen. De beroepscode speelt een belangrijke rol bij het oordeel van het tuchtcollege over de klacht.

De ‘Nationale Beroepscode van verpleegkundigen en verzorgenden’ vind je hier.

Beroepsprofielen V&VN

Het rapport Toekomstbestendige beroepen in de verpleging en verzorging (december 2015) beschrijft voor drie beroepsprofielen de deskundigheden en de bekwaamheden; hbo-verpleegkundige, mbo verpleegkundige en verzorgende. Voor de wijkverpleegkundige geldt het beroepsprofiel van de hbo-verpleegkundige.

In het rapport wordt het deskundigheidsgebied van de hbo-verpleegkundige aan de hand van 6 onderdelen beschreven en nader uitgewerkt. Anders gezegd hiermee wordt het domein gedefinieerd waarbinnen de hbo-verpleegkundige in staat wordt geacht als autonome professional verantwoord te handelen.

In meer algemene zin schrijft het rapport over het deskundigheidsgebied:

‘Het deskundigheidsgebied van de hbo-verpleegkundige beschrijft het domein waarbinnen deze verpleegkundige professioneel autonoom is. Dat wil zeggen dat de hbo-verpleegkundige op grond van de eigen kennis en vaardigheden in staat wordt geacht om zelfstandig inhoud te geven aan de eigen rol c.q. dat zij in voorliggende situaties zelfstandig kan komen tot effectieve keuzes in het zorgproces en daarvoor verantwoordelijk kan worden gehouden’.’ (pagina 12)

Kort overzicht van de 6 onderdelen van het deskundigheidsgebied van de hbo-verpleegkundige:

  • Ondersteunen van het zelfmanagement van zorgvragers, hun naasten en hun sociale netwerk;
  • Stellen van een verpleegkundige diagnose en het indiceren, organiseren en verlenen van verpleegkundige zorg en psychosociale begeleiding op basis van klinisch redeneren;
  • Regisseren van het aan de zorgvrager gebonden en/of zorgvrager overstijgende zorgproces;
  • Indiceren, ontwikkelen, organiseren en uitvoeren van preventie;
  • Initiëren en ontwikkelen van kwaliteitszorg, innovatie, analyse en praktijkonderzoek en (evidence based) professionalisering

Verrichten van voorbehouden handelingen; deels op basis van zelfstandige bevoegdheid, deels op basis van functionele zelfstandigheid.

‘CanMEDS competenties’

Voor de beschrijving van de bekwaamheden maakt het beroepsprofiel gebruik van een ordening in zeven competentiegebieden, gebaseerd op de systematiek van de CanMEDS (Canadian Medical Education Directions for Specialists13).

Dit is een internationaal geaccepteerd model voor het beschrijven van competenties voor professionals in de zorg. Kern van de beroepsuitoefening is de hbo-verpleegkundige als zorgverlener. Alle andere bekwaamheden raken aan die centrale rol.

canmeds-competenties

De competentiegebieden zijn in het beroepsprofiel als volgt gedefinieerd:

  1. Vakinhoudelijk handelen: de hbo-verpleegkundige als zorgverlener
  2. Communicatie: de hbo-verpleegkundige als communicator
  3. Samenwerking: de hbo-verpleegkundige als samenwerkingspartner
  4. Kennis en wetenschap: de hbo-verpleegkundige als reflectieve professional die handelt naar de laatste stand van de wetenschap
  5. Maatschappelijk handelen: de hbo-verpleegkundige als gezondheidsbevorderaar
  6. Organisatie: de hbo-verpleegkundige als organisator
  7. Professionaliteit en kwaliteit: de hbo-verpleegkundige als professional en kwaliteitsbevorderaar

In het beroepsprofiel is per competentiegebied de benodigde kennis, vaardigheden en attitude opgenomen voor het generieke beroepsprofiel van de hbo-verpleegkundige. Op pagina 17 van het rapport wordt vermeld:

Voor het kunnen uitvoeren van functies op hbo-niveau in de afzonderlijke branches is het zinvol dat beroepsbeoefenaren ook beschikken over de hiervoor benodigde branchespecifiekecompetenties, zoals deze zijn beschreven in de branchespecifieke beroepscompetentieprofielen’.

Voor de functie van wijkverpleegkundige staan deze beschreven in het Expertisegebied en zijn geactualiseerd in het Normenkader en ‘Wijkverpleging in Context’.

Van de wijkverpleegkundige wordt verwacht dat zij in staat is om:

  • vanuit de generieke competenties zoals die gedetailleerd uitgewerkt zijn in het beroepsprofiel;
  • samenhang aan te brengen met de beschreven competenties in het Expertisegebied, het normenkader en ‘wijkverpleging in context’;
  • deze te toetsen op juistheid en volledigheid;
  • de vertaalslag te maken voor het eigen handelen;
  • continu te reflecteren op het eigen handelen.

Het document ‘Toekomstbestendige beroepen in de verzorging en verpleging’ vind je hier.

De inhoud van dit onderdeel volgt…