De regionale verschillen in het gebruik van wijkverpleging zijn groot. Het beroep op wijkverpleging is in sommige regio’s tot drie keer hoger dan in andere.

Een en ander blijkt uit cijfers van Vektis. Uit een inventarisatie blijkt dat de hoge gebruikspercentages grotendeels samenvallen met de perifere regio’s, met een gemiddeld oudere bevolking met relatief lage sociaaleconomische status.

Hoogste aantal gebruikers
De gemeente met procentueel het hoogste aantal gebruikers van wijkverpleging is Stadskanaal. Hier maakte in 2017 5,9 procent van de verzekerden gebruik van wijkverpleging. Ook buurgemeente Westerwolde scoort met 5,7 procent bovengemiddeld hoog. Hetzelfde geldt voor Sluis in Zeeuws-Vlaanderen (5,7 procent) en de Zuid-Limburgse gemeenten Kerkrade (5,4 procent), Vaals, Heerlen en Brunssum (alle drie 5,3 procent).

Laagste gebruik
Inwoners van de gemeente Lansingerland maken het minst gebruik van wijkverpleging. Hier doet slechts 1,7 procent van de verzekerden een beroep op wijkverpleging. Ook in Flevoland is het gebruik van wijkverpleging in sommige gemeenten opvallend laag (Urk: 1,9 procent, Zeewolde: 2 procent). Met een gemiddeld gebruikspercentage van 2,2 procent scoren Utrecht en Amsterdam van de vier grote steden relatief laag. Den Haag en Rotterdam volgen met respectievelijk 2,7 en 3 procent.

Stijging

In 2017 maakten 557.000 mensen gebruik van wijkverpleging. Een gestage stijging ten opzichte van 2015 (512.000) en 2016 (540.000). De gemiddelde gebruikersduur is vier maanden met een gemiddelde van acht uur zorg per week. Kwetsbare ouderen en chronisch zieken gebruiken gemiddeld het langst zorg: ruim zes maanden.

(Bron: SKIPR, 11 juli 2018)